Digitale Soevereiniteit

Cet article sera bientôt disponible en français.

Digitale dienstverlening moet niet alleen kostenefficiënt zijn, maar ook robuust: het moet blijven werken als bepaalde toeleveranciers of bouwblokken het laten afweten, om welke reden dan ook. Dat is niet alleen een louter technisch vraagstuk van vendor lock-in of multicloud architectuur. We zien vandaag fundamentele kwesties rond onafhankelijkheid, veiligheid en strategische autonomie opnieuw ter sprake komen: Digitale Soevereiniteit is hot.

De aanleiding voor die hernieuwde interesse is niet ver te zoeken: met een beleidsomslag van jewelste is de reputatie van de VS als betrouwbare handelspartner in recordtempo verdampt. Zonder aanleiding kan van de ene dag op de andere een dienstverlening stopgezet, of een handelstarief ingevoerd worden. Wie kritische infrastructuur en IT ontwikkelt of beheert, trekt lijkbleek weg van het idee alleen al. En zo is zelfredzaamheid plots weer goud waard.

Strategische pijlers

De kern van digitale soevereiniteit ligt in het kunnen kiezen, implementeren en beheren van technologische oplossingen zonder verregaande externe afhankelijkheden. Die afhankelijkheden zitten dieper dan we vaak denken, zoals enkele jaren geleden gedemonstreerd in een interessant experiment van Gizmodo journaliste Kashmir Hill. Technologische afhankelijkheid vormt altijd een risico. Om dat te minimaliseren kunnen we onder andere:

  • Investeren in lokale en open-source technologie-ontwikkeling
  • Zelf robuuste, gedecentraliseerde infrastructuren opbouwen
  • Eigen technologische capaciteiten ontwikkelen
  • Voorwaarden qua interoperabiliteit, data-migratie, flexibiliteit, stopzetting, … opnemen in contractuele clausules en openbare aanbestedingen

Ook bij praktische software-ontwikkeling hebben keuzes die technologische wendbaarheid bevorderen een streepje voor:

  • Verkies open standaarden en robuuste, gestandaardiseerde APIs
  • Ontwikkel niet alleen modulair en schaalbaar maar ook cloud-agnostisch.
  • Implementeer eventueel middleware die verschillende technologieën kan overbruggen
  • Besteed aandacht aan portabiliteit, cross-platform en cross-browser compatibiliteit

Daarnaast is ook data-autonomie van groot belang. Zo vereist digitale soevereiniteit dat men maximale controle over data-verzameling, -opslag, -verwerking en -bescherming behoudt. Dat kan door de data-opslag en verwerking lokaal te organiseren, liefst met toepassing van degelijke data governance mechanismes, of door ze bij een derde partij onder te brengen die de nodige garanties biedt en tenminste onder een compatibele wetgeving opereert.

Het mag gerust gezegd worden dat België het op het vlak van infrastructurele autonomie, met onder andere de overheidscloud Gcloud en Belnet, best goed doet.

De rol van open-source

Open-source technologieën zijn, als enablers van technologische onafhankelijkheid, fundamentele bouwstenen voor digitale soevereiniteit. Ze bieden volledige transparantie van code, geven de mogelijkheid tot aanpassing of eigen ontwikkeling, en ze verminderen de afhankelijkheid van buitenlandse technologiereuzen.

Dit heeft echter ook een kostenplaatje . Wie in eigen beheer open-source software en open standaarden wil aanwenden, moet ook zelf voorzien in alle ondersteuning, opleiding, upgrades, compatibiliteit, eventueel debuggen, etc. In ruil voor autonomie moet je een heel takenpakket mee opnemen in de marge. Dat impliceert dat je moet willen investeren in actief beheer, onderhoud en kennisopbouw. Commerciële spelers met bedrijfseigen oplossingen ontzorgen je daar meestal van.

“All the way” zelfvoorzienend worden is daarom meestal onhoudbaar. Een bekende case studie is die van de stad München, die vanaf 2006 ambitieus overschakelde naar een zelf ontwikkelde Linux-omgeving, maar omwille van aanslepende compatibiliteitsproblemen en de daarmee gepaard gaande oplopende beheerskosten, in 2017 de stekker uit het programma trok en opnieuw voor een gestandaardiseerde Microsoft-omgeving koos.

In de buurlanden

Duitsland draagt het idee van digitale soevereiniteit dus al langer een warm hart toe. De Duitse Open Source Business Alliance zet de term zelfs in hun slogan. De ervaring van München evolueerde naar het huidige Open-source Programme Office van de stad. Het Duitse federale niveau moedigt technische onafhankelijkheid ook aan, met onder andere:

Die laatste investeert ook met succes in 2 eigen projecten:

  • Het platform OpenCode waar overheidsdiensten hun code kunnen publiceren en delen met anderen,
  • De administratieve werkomgeving OpenDesk , die ook typische enterprise-opties omvat zoals Single Sign-on en integraties tussen meetings, chats, kalender, en email.

Frankrijk zit evenmin stil. Verschillende initiatieven voor digitale soevereiniteit worden bij onze zuiderburen getrokken door DINUM, de centrale interministeriële dienst voor digitalisering. Met code.gouv.fr hebben zij ook hun eigen code repository. Daarnaast ontwikkelen ze zelf proactief nieuwe toepassingen in een eigen incubator. Dat resulteerde onder andere in La Suite Numérique, een enterprise-level kantoorsuite die functionaliteiten zoals videochat, webinars, en file transfer aanbiedt, en nu wordt uitgebreid met tekstverwerkers en spreadsheets. Frankrijk zet eveneens in op een maximaal onafhankelijke cloud-strategie, en minstens zo belangrijk, werken ze aan motivatie en kennis bij hun overheidsmedewerkers via de Blue Hats community. Vanuit het bedrijfsleven zet CNLL zich in voor digitale soevereiniteit.

Opvallend aan zowel het Duitse OpenDesk als het Franse La Suite Numérique, is dat beide ook beschikbaar zijn in het Engels. Zelfs in overheidscontext is dus ondertussen het bewustzijn gegroeid dat open-source initiatieven betere slaagkansen hebben als men proactief investeert in internationalisering. Nog hoopgevender is dat DINUM en ZenDis concreet zijn beginnen samenwerken. Op het laatste FOSDEM evenement, de jaarlijks weerkerende hoogmis voor developers in Brussel, stonden overheidssamenwerkingen in de kijker en presenteerden ze een tesamen ontwikkelde notitie-app.

Deze Duits-Franse tandem is een veelbelovend teken dat, als het gaat over het bevorderen van digitale soevereiniteit, de wil alleszins bestaat om Europese krachten wat te bundelen. Er is alvast bekend dat Nederland wil aansluiten bij hun samenwerking. Daar leeft de maatschappelijke discussie tot in de Tweede Kamer. Het onderzoeksinstituut TNO publiceerde bijvoorbeeld een lijvig rapport over digitale soevereiniteit, de universiteiten adviseren, en ook het bedrijfsleven besteedt er aandacht aan. Op alle bestuursniveau’s ligt digitale soevereiniteit er op tafel.

De rol van Europa

De EU heeft een evident strategisch belang bij (digitale) soevereiniteit. Centrale elementen hierin zijn de recente Digital Markets Act (DMA) en Digital Services Act (DSA). Beide wetgevende kaders hebben tot doel om de macht van buitenlandse technologiereuzen te beperken en het speelveld voor Europese bedrijven gelijkwaardiger en transparanter te maken. Hiermee wil Europa haar strategische autonomie versterken door duidelijke regels te stellen rondom data- en platformbeheer, waardoor Europese lidstaten minder kwetsbaar worden voor externe afhankelijkheden. De Cybersecurity Act en de NIS2-richtlijn moeten erover waken dat daarbij niet aan veiligheid en betrouwbaarheid wordt ingeboet.

Ze onderneemt daarnaast tal van relevante initiatieven, maar die komen niet allemaal even vlot van de grond. De versnippering is een oud zeer. Kleine projecten blijven vaak klein, en eens de financiering afloopt, verworden ze tot abandonware (recent voorbeeld: de MAPA anonymizer). Grootschalige consortia kennen dan weer heel wat problemen met coördinatie en sturing. Zo is in het GAIA-X project al veel geïnvesteerd, maar in de praktijk zien we nog steeds meer memo’s dan demo’s. Het is afwachten of het groots aangekondigde OpenEuroLLM beter kan doen. De uitrol van de Europese Data Spaces in verschillende domeinen moet data-autonomie bevorderen. Voor gezondheid (EHDS) wordt deze verplicht, wat misschien voor nieuw momentum kan zorgen. Toch leeft er grote bezorgheid: het EuroStack rapport van de Bertelsmann Stiftung stelt de EU zelfs op een dienblaadje een ambitieuzere visie voor.

Onder de paraplu van Interoperable Europe vinden we OSOR, het Open Source Observatory terug. Zij monitoren ondertussen al meer dan 15 jaar het gebruik van open-source in Europese overheidsadministraties, en moedigen samenwerkingsverbanden en hergebruik aan. Met de recent gelanceerde Open Source Solutions Catalogue moet het gemakkelijker worden voor landen om elkaars oplossingen te hergebruiken. Daarnaast publiceren ze rapporten, case studies, nationale catalogi (waaronder ReUse) en een nieuwsbrief. Overheden die zelf een Open Source Program Office (OSPO) willen oprichten om actief bij te dragen aan open-source projecten, net zoals de EU er een heeft, vinden bij hen steun. Nederland is alvast overtuigd. Als Belgische overheden zichtbaar willen bijdragen aan digitale soevereiniteit, ligt hier nog een uitgelezen kans.

Conclusie

Digitale soevereiniteit is meer dan een technische keuze. Het is een continue strategie om agency terug te winnen in een sterk geïnterconnecteerde digitale wereld waarvan fundamentele bouwblokken plots kunnen verschuiven. We willen niet alleen technologie consumeren, maar deze ook actief vormgeven, begrijpen en controleren. Zo beperken we externe afhankelijkheden en de risico’s die daarmee gepaard gaan. Europees denken en samenwerken biedt daarbij opportuniteiten voor synergieën.

Technologische autonomie vereist een gezond technologisch ecosysteem. Permanente aandacht voor menselijk kapitaal en kennisopbouw zijn dan een must. Om dat te doen slagen op een duurzame manier, verdienen ondersteunende initiatieven de nodige middelen:

  • Proactief technologische alternatieven ontwikkelen, anticiperend op de vraag,
  • Participeren in kennisuitwisseling, evenementen en netwerken, met vakgenoten, kennisinstellingen, buurlanden, EU, …
  • Communities uitbouwen rondom eigen projecten, en zelf deel uitmaken van andere communities,
  • Actief meewerken aan, of investeren in, bestaande open-source oplossingen die je zelf hergebruikt,
  • Investeren in aantrekkelijke vormgeving en gebruiksgemak van de eigen oplossingen,
  • Eigen oplossingen inzetbaar maken buiten de eigen muren: publiceren als open-source, integreren in catalogi, een Engelse vertaling en documentatie toevoegen,
  • Naambekendheid en promotie: websites, marketing, (social) media, …

Lezers met interesse in digitale soevereiniteit, kunnen de in dit artikel vermelde organisaties en initiatieven volgen op sociale media, of zich inschrijven op hun nieuwsbrieven. Voor een deep dive is het bovenvermelde EuroStack rapport interessant. Om alternatieven te zoeken voor afhankelijkheden in je eigen projecten, zijn european-alternatives.eu, euro-stack.com, of alternativeto.net goede startpunten. Tot slot, digitale soevereiniteit is een team effort, voel je daarom vrij om andere bronnen, projecten, of interessante links te delen in de commentaren hieronder!

______________________

Dit is een ingezonden bijdrage van Joachim Ganseman, IT consultant bij Smals Research. Dit artikel werd geschreven in eigen naam en neemt geen standpunt in namens Smals.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *